|
Er
waren eens een koning een koningin en die wilden heel graag
kinderen. De koningin zat er heel vaak aan te denken. Op een
winterdag was het zulk lekker weer dat ze bij het raam had
zitten borduren. Plotseling prikte ze met de naald in haar
vinger en er vielen drie druppels bloed in de sneeuw. De koningin
zuchtte: Oh, als ik toch een kindje kreeg met lippen zo rood
als dit bloed, een huid zo wit als de sneeuw en haar zo zwart
als ebbenhout.
Enkele
maanden later werd de geboorte gevierd van een klein meisje:
ze had lippen zo rood als bloed, een huid zo wit als sneeuw
en haar zo zwart als ebbenhout. Ze werd Sneeuwwitje genoemd.
Helaas stierf de koningin korte tijd later en de koning hertrouwde
met een vrouw die er alleen maar aan dacht dat ze de allermooiste
wilde zijn. Ze bezat een wonderbaarlijke spiegel waaraan ze
dikwijls vroeg:
spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is
de schoonste in 't hele land?
- O koningin, gij zijt de schoonste in het land.
Waar
op een dag zei de spiegel: O koningin, de schoonste hier zult
gij, maar Sneeuwwitje is duizendmaal schoner dan gij! De koningin
schreeuwde van jaloezie en beval een jager Sneeuwwitje mee
naar het bos te nemen en haar te doden. - Breng mij haar hart
als bewijs dat je mijn bevelen inderdaad hebt opgevolgd.
Toen
de jager zijn mes te voorschijn haalde, smeekte Sneeuwwitje
hem haar in leven te laten. Hij was zo ontroerd door zoveel
onschuld en schoonheid dat hij medelijden met haar kreeg en
de koningin het hart van een jonge hinde bracht.
Sneeuwwitje
vluchtte het bos in Ze rende lange tijd voort en zag tenslotte
een klein huisje. De tafel was gedekt, er stonden zeven kleine
bordjes en zeven bekertjes en ze at een hapje van elk bordje
en dronk een druppel uit elk van de zeven bekertjes. Toen
ging ze slapen in het grootste van de zeven bedjes. In dit
huisje woonden dwergen, en toen ze van het werk thuiskwamen,
merkten ze dat er iemand hun huisje binnen was gegaan. - Iemand
heeft op mijn stoeltje gezeten. Zei de eerste - Iemand heeft
van mijn bordje gegeten. Zei de tweede - Bij mij heeft
iemand uit mijn bekertje gedronken, zei een derde. Toen ze
Sneeuwwitje in een van de zeven bedjes ontdekten, vonden ze
haar zo mooi dat ze haar niet wakker durfden maken.
De
volgende morgen vertelde Sneeuwwitje haar verhaal aan de zeven
dwergen, die haar zeiden dat ze bij hen mocht blijven. De
dwergen gingen naar hun werk en zeiden dat ze voor niemand
open moest doen. In haar kasteel bleef
de boze koningin haar toverspiegel vragen: - Spiegeltje, spiegeltje
aan de wand, wie is de mooiste in dit land? - O koningin,
de schoonste hier zijt gij, maar Sneeuwwitje over de bergen,
bij de zeven dwergen, is nog duizend maal schoner dan gij.
Toen verkleedde koningin zich als een lelijke oude vrouw en
vertrok naar het bos, waar ze zonder moeite het huisje van
de zeven dwergen vond. Daar klopte ze op het luik en gaf Sneeuwwitje
de mooiste appel uit haar mand.
Sneeuwwitje
nam een hap en viel als dood neer! Bij hun terugkomst vonden
de zeven dwergen Sneeuwwitje languit op de grond. Ze probeerden
haar weer tot leven te wekken, maar ze was echt dood, omdat
ze zo mooi maakten de dwergen een glazen kist voor haar zodat
ze haar altijd konden bewonderen en zetten deze in het bos,
waar ze elke dag om haar gingen huilen. Er gingen dagen voorbij,
en weken en maanden. Sneeuwwitte was nog steeds even mooi.
Een prins die daar langs kwam was zo ontroerd door zoveel
schoonheid dat hij de dwergen smeekte om haar te mogen meenemen
naar zijn kasteel. Zijn dienaren namen de kist op hun schouders,
totdat een van hen struikelde, schoot het stuk vergiftigde
appel uit de keel van Sneeuwwitje ze opende haar ogen en de
prins vroeg haar ten huwelijk. Hij nam haar mee naar zijn
kasteel waar hij een schitterend feestmaal gaf voor hun bruiloft.
En
ze leefden nog lang en gelukkig.....
|