|
Er
was eens een molenaar die zo trots was op zijn dochter, dat
hij tegen iedereen over haar opschepte. Hij jokte zelfs dat
ze stro kon spinnen, tot goud. Dit kreeg de koning te horen.
"Dit
wil ik zien", zei hij. "Sluit dit meisje op in een
kamer met een spinnenwiel en stro." Arme molenaarsdoachter.
Huilend zat ze die nacht in de kamer. Opeens, als vanuit het
niets, verscheen er een dwerg. "Hopla!" zei hij.
"Kan ik je helpen arm kind?" "Ach dwerg",
zei het meisje, "kan jij misschien goud spinnen uit stro?"
" Dat kan ik", zegt de dwerg. "Maar wat krijg
ik ervoor?" "Mijn gouden ketting", zei het
meisje. "Oke!"' zei de dwerg en hij begon te spinnen.
Weldra lag de kamer vol met fonkelend gesponnen goud. Het
meisje huppelde van vreugde. Het was gelukt! Het zien van
zoveel goud maakte de koning hebberig. Daarom sloot hij het
meisje weer op, met nog meer stro. Ook deze nacht verscheen
de dwerg. In ruil voor haar diamanten ring spon hij het stro
tot goud. De volgende dag was de koning nóg niet tevreden.
Hij beval Estella nóg een keer een lading stro tot goud te
spinnen. Na deze laatste keer zou ze met de koning mogen trouwen!
Ook die nacht verscheen de dwerg. Maar het arme meisje had
niets meer om hem te geven! "In dat geval... peinsde
de dwerg, "wil ik straks het liefste dat je bezit."
Estella dacht na. Zo'n vaart zou het wel niet lopen. "Goed!"
zei ze. En de dwerg ging spinnen. Toen was de koning gelukkig
zo tevreden dat ze direct gingen trouwen. Binnen een jaar
werd het eerste kindje geboren. Het was een meisje. Ze noemden
haar Goudia.
Op
een dag verscheen de dwerg weer. "Hopla!" zei hij.
"Geef mij je kindje, want dat is het liefste dat je bezit!"
"Nee!" gilde Estella. Niet mijn kindje!" Huilend
wierp ze zich op de grond. "Hmmm", bromde de dwerg.
"Als je mijn naam raadt mag je je kindje houden."
Radeloos begon Estella namen op te noemen. "Is het Bert
misschien ? Of Hans? Klaas? Of Tom? Oh nee! Karel?" "Je
hebt nog één dag!" zei de dwerg. En plof! Plotseling
was hij verdwenen. Die dag zocht een lakei in het bos naar
bramen. De zon scheen, de vogels zongen... Plots zag hij een
grappig huisje in het bos. Hé! Hoorde hij daar iemand zingen?
Nieuwsgierig kwam de lakei dichterbij. Toen zag hij een mannetje
dat danste en sprong.
Hij
zong: "Niemand weet, niemand weet dat ik Repelsteeltje
heet! Niemand weet, niemand weet..." De lakei haalde
zijn schouders op. Nou èn. Toch besloot hij het de koningin
te vertellen. "Repelsteeltje?" zei Estella. "Hij
heet Repelsteeltje! Man, je bent geweldig!" En ze zoende
de man op beide wangen. Toen liet ze Repelsteeltje naar het
kasteel komen. Verbaasd keek hij haar aan. "Jij heet
Repelsteeltje!" zegt Estella. De dwerg was even stil.
Toen werd hij zó kwaad, dat hij voor haar ogen ontplofte van
woede. Estella, de koning en hun dochtertje leefden nog lang
en gelukkig...
|